impressie afbeelding

Woonzorgcentrum ’t Vonder Ruinerwold wordt verbouwd

17 maart 2020

De zorgvraag neemt toe en er zijn steeds meer ouderen met een complexe zorgvraag. Noorderboog en Actium hebben samen gekeken wat ervoor nodig is om woonzorgcentrum ’t Vonder toekomstbestendig te maken. Het uitgangspunt is dat ‘t Vonder met haar voorzieningen in Ruinerwold blijft. Er ligt nu een plan voor de verbouwing.

Verbouwen voor behoud van ’t Vonder voor Ruinerwold

Er is meer vraag naar zorgappartementen voor mensen met dementie en mensen die zwaardere lichamelijke zorg nodig hebben. En de aanleunwoningen zijn nu niet altijd geschikt voor mensen met zwaardere lichamelijke klachten. Rob Hoogeveen, manager Vastgoed Actium: ‘Samen met Noorderboog hebben we plannen gemaakt voor de verbouw. Wij vinden het belangrijk dat ’t Vonder in Ruinerwold blijft en zetten ons als woningcorporatie daar graag voor in.’

Verbouw zorgappartementen en aanleunwoningen

De capaciteit binnen ’t Vonder wordt vergroot. Nu zijn er 30 zorgappartementen en 29 aanleunwoningen. In de nieuwe situatie zijn er 32 zorgappartementen en 29 aanleunwoningen waarvan er minimaal 14 geschikt zijn voor zwaardere lichamelijke zorg. Vanaf september 2020 start de verbouw van de huidige 30 zorgappartementen naar 4 groepswoningen met elk 8 kamers en een huiskamer. Tijdens de verbouwing worden ook de centrale ruimten en het entreegebied van het woonzorgcentrum aangepakt. Daarnaast worden minimaal 14 van de 29 aanleunwoningen verbouwd, zodat deze geschikt worden voor het verlenen van complexe lichamelijke zorg. Vanaf april 2020 worden woningen die vrij komen aangepast. Zodra de woning verbouwd is, komt deze weer vrij voor verhuur.

Persoonlijke aandacht

Jan Blaauw, regiomanager Noorderboog: ‘Ons personeel en vrijwilligers zijn persoonlijk geïnformeerd tijdens informatiebijeenkomsten. Met bewoners die tijdelijk moeten verhuizen als hun zorgappartement wordt aangepast, gaat onze leidinggevende van ’t Vonder persoonlijk in gesprek. Verder ontvangen bewoners een brochure waarin we alle plannen duidelijk uitleggen. Zij kunnen deze delen met familieleden en andere contactpersonen.’